Kramp in je hoofd

Vandaag was ik een studieboek aan het lezen, iets waar ik normaal gesproken blij van wordt (jaja, ik weet het, wie leest er nu studieboeken voor de lol…ik dus). Maar deze keer had ik er moeite mee, al kon ik niet direct plaatsen waar het aan lag. Tot ik bij hoofdstuk 7 kwam. Daar werd namelijk pas enigszins de samenhang tussen alle voorgaande theorie uitgelegd! Het punt waarop ik dacht ‘o, bedoelde je dat!’ Want zoals het boek in elkaar zit, zo werkt mijn hoofd dus niet. Ik wil weten hoe iets samenhangt, wat de bedoeling of het grote geheel is. Daarna mag je me in detail uit gaan leggen wat alle onderdelen zijn, want dat wil ik namelijk heel graag weten. Hoe werkt het? Waarom zit het zus en niet zo? Graag in veel detail ook, want daar houd ik van. Maar ik moet er wel eerst in mijn hoofd een plaatje bij hebben, anders weet ik niet waar de onderdelen zitten en wat ze doen.

Top-down of bottom-up?

Mijn benadering heet top-down, die van het studieboek bottom-up. En bottom-up leren als jouw hoofd top-down werkt, is zeer vermoeiend. Het is een beetje alsof je als linkshandige met een rechtshandige schaar moet knippen. Het kan, maar je krijgt wel kramp van in je vingers. En in dit geval krijg je dus kramp in je hoofd.

En zo werkt dat dus ook voor veel hoogbegaafde kinderen op school. Want schoolboeken werken ook bottom-up, maar hun hoofd niet. En dat geeft problemen. Stel je maar eens voor dat iemand je als volgt uitlegt wat een stoel is:

“Er is een stang die ongeveer verticaal loopt. Die kan van hout zijn, maar ook van metaal. Vaak is hij  vierkant, maar een ronde doorsnede komt ook vaak voor. Ovaal is ook mogelijk. Vaak zit er een dopje of viltje onder zodat het niet krast. We noemen zo’n staaf een poot. Ok, zo heb je nog 3 van die poten, maar soms zijn het er ook maar 2. Gebogen uit 1 stuk kan ook.

Je hebt ook een soort plank, ongeveer vierkant, maar afgerond kan ook. Die plank bevindt zich vaak zo’n 50 cm boven de grond, in een horizontale positie. Hoger of lager kan natuurlijk ook. Sommige planken zijn van hout en dus een beetje hard, maar ze kunnen ook bekleed zijn met stof. Of zelfs met een vulling, zodat het wat zachter wordt. Met een kussentje kan ook. Zo’n plank heet een zitting.

Er is ook een andere plank, die meestal rechtop staat, maar onder een lichte hoek kan ook. Deze plank is soms massief maar kan ook uit latjes bestaan. Dat laatste is vaak het geval als het van hout is. De plank heeft een lichte kromming, anders doet het zeer. De plank kan ook voorzien zijn van een stoffen bekleding of kussens. Leuning noemen we dit.

Er bestaan ook horizontale balkjes. Soms zijn ze plat, dan zijn het meer plankjes. Ze zijn aan de voorkant vaak een beetje afgerond. Deze horizontale balkjes zijn optioneel, ze zijn er dus lang niet altijd. Leuninkjes zijn dit.

Weten jullie nog van die staven? Poten inderdaad, heel goed. Nou, daar heb je er dus meestal 4 van en die staan op de grond. Boven op die poten zit die plank die zitting heet en aan de achterkant van die plank zit die andere plank die leuning heet en daar zitten de leuninkjes aan vast. Samen heet dit een stoel. Daar kun je op zitten. En die leuning is voor je rug en die balkjes zijn voor je armen. Fijn, dan weten we nu wat een stoel is. We gaan door naar de tafels: er is dus een soort verticale balk, vaak van hout of metaal, en…”

Denken vanuit onderdelen…

Je zou denken dat niemand op deze manier zou uitleggen wat een stoel is, maar toch is dat precies hoe de meeste schoolboeken in elkaar zitten… Je krijgt eerst uitleg over de losse onderdelen, als je geluk hebt leggen ze aan het eind uit hoe ze samenhangen en daarna gaat het door naar de volgende serie onderdelen. Je probeert tussendoor al die vragen te stellen die ondertussen in je opkomen (Waarom dan? Waar is dat dan voor? Hoe zit het in elkaar?), maar je merkt al snel dat meester of juf denkt dat je het niet snapt of al die vragen maar lastig vindt, dus daar ben je maar mee opgehouden… Misschien snap je het inderdaad niet…

…of vanuit het geheel

Hoe heerlijk is het voor top-down denkers als juf of meester er een stoel bij pakt en zegt: “Kijk jongens, dit hier is een stoel. Dat is een ding om op te zitten. Kijk zo. Daarom heet dit stukje hier dan ook ‘zitting’. En hier leun je met rug tegenaan, daarom heet het een rugleuning. Je armen kun je op deze dingen leggen, daarom heten het armleuningen. Zonder die poten eronder zou je plat op de grond zitten, dus die zorgen dat je op de juiste hoogte zit. Bijvoorbeeld aan deze tafel hier.” En de uitleg over vormen, materialen en uitzonderingen komt pas daarna. Zo is het opeens wel helemaal duidelijk.

Nu valt er aan een stoel eigenlijk niet zoveel uit te leggen, maar dit principe geldt ook voor spelling, geschiedenis of het metrieke stelsel. Leg gewoon even uit wat het grote plaatje is, dan willen ‘linkshandige denkers’ daarna echt wel luisteren naar de details.

About Mariette Dijkstra

Hallo, ik ben Mariette, moeder van 2 jongens en specialist begaafdheid / opvoedcoach bij Biqkels - wegwijs in hoogbegaafdheid. Ik begeleid ouders die met de handen in het haar zitten bij de opvoeding van hun (vermoedelijk) hoogbegaafde kind om hun kind beter te begrijpen en te begeleiden, zodat ze weer vertrouwen krijgen in hun eigen aanpak en de rust en gezelligheid terugkeert in huis.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *